Wetsontwerp zware beroepen privésector getuigt van totaal gebrek aan visie op loopbanen

Door: Marc Verboom | Op: 07/06/2018

Vakbonden willen fundamenteel debat over welke loopbanen in de toekomst

De sociale partners hebben in het Beheerscomité van de Federale Pensioendienst een verdeeld advies uitgebracht over het wetsontwerp dat de basisregels voor zwaar werk in de privésector vastlegt.

De allerbelangrijkste kritiek van de vakbonden slaat op de context waarin deze besprekingen gevoerd moeten worden. De regering dwingt de sociale partners tot een debat over zware beroepen maar ontwijkt het fundamentele debat: welke loopbanen willen we in de toekomst?

De leeftijd voor het wettelijk pensioen, het vervroegd pensioen en het overlevingspensioen werd verhoogd. De voorwaarden voor het SWT en het tijdskrediet eindeloopbaan verstrengd. Er wordt alsmaar meer ruimte gemaakt voor arbeidsduurverlenging, voor meer flexibiliteit op maat van de werkgever, voor nieuwe precaire arbeidsvormen, met minder flexibiliteit voor de werknemer zelf om zijn arbeidsduur en loopbaan aan te passen aan de persoonlijke en gezinsnoden. Maar antwoorden op de vraag hoe mensen dit gaan volhouden, hoe we werk werkbaar gaan maken, komen geen antwoorden. Het debat wordt zelfs niet opgestart. Terwijl dit net de kern van de zaak is. De gang van zaken van de voorbije jaren is dan ook een totaal verkeerde aanpak. De vakbonden hebben dit totaal gebrek aan visie oip loopbanen als uitgangspunt naar voor geschoven in hun advies.

In hun advies leggen de vakbonden ook de vinger op andere grote tekortkomingen in het wetsontwerp.

De vakbonden zijn akkoord met de voorgestelde, algemene criteria. Maar deze moeten verfijnd worden, zoals de regering ook zelf al aangaf. Daarvan vinden we helaas niets terug in de teksten. "Belastende werkorganisatie" is zeer restrictief ingevuld, hetgeen maakt dat erg belastende arbeidsregelingen in sectoren zoals de social profit of bagageafhandeling op luchthavens niet in aanmerking komen. Dat het criterium belasting van "mentale of emotionele" aard geen zelfstandig criterium is, is onaanvaardbaar. Heel veel mensen gaan nu al onderuit door te veel stress op het werk. Bovendien driegen vooral vrouwen hiervan het slachtoffer te worden omdat zij veel meer werken in jobs met een zware emotionele of mentale belasting.

De vakbonden willen voor het werknemersstelsel komen tot een lijst van generieke criteria, eerder dan een lijst op te stellen van zware beroepen. Een lijst van zware beroepen dekt onvoldoende de complexiteit op de werkvloer.

Het is niet serieus om te beweren dat zwaar werk extra zal gevaloriseerd worden maar dit tegelijk in te snoeren in een vooraf bepaald en te klein budget. Dit staat haaks op objectieve regels.

Het kan niet dat werknemers pensioenverlies lijden wanneer ze vervroegd op pensioen gaan na een carrière van zwaar werk. Werknemers zouden op die manier zelf opdraaien voor de zogenaamde compensatie voor zwaar werk.

Elke langdurige blootstelling aan één van de criteria moet gecompenseerd worden. Een minimumperiode van blootstelling aan zwaar werk van meer dan 60 maanden kan absoluut niet. De overgangsregeling bepaalt dat enkel zwaar werk in de laatste 5 of 10 jaar (nog te bepalen) voor 2020 zal meetellen, zonder rekening te houden met zwaar werk dat voordien werd gedaan. Alle periode van zwaar werk moeten meetellen. Daarenboven wil de minister deze periode slechts in aanmerking nemen als zwaar beroep in een zelfde functie bij een zelfde werkgever uitoefende.

 
 

« nieuws overzicht | meer uit deze rubriek